Regelgeving
Energiebesparingsplicht en energielabel C voor kantoren
Wat de energiebesparingsplicht en de energielabel C verplichting voor kantoren inhouden, hoe ze verschillen van de GACS plicht en wat u moet doen en melden.
De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en organisaties om alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Volgens RVO geldt dat voor locaties met een relevante milieubelastende activiteit en een jaarlijks gebruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent). Kantoren hebben daarnaast een eigen regel: minimaal energielabel C. Beide verschillen van de GACS plicht.
Wat vraagt de energiebesparingsplicht?
De plicht staat in de Omgevingswet en is uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor gebouwen zoals kantoren en winkels staan de regels in het Bbl (business.gov.nl). U hebt twee manieren om aan de energiebesparingsplicht te voldoen. U neemt alle maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder, of u neemt alle toepasselijke maatregelen van de Erkende Maatregelenlijst (EML).
De terugverdientijd rekent u uit met een wettelijk vastgelegde methode en wettelijk vastgelegde energieprijzen. Gebruikt u de EML, dan hoeft u dat niet te doen, want de lijst bevat alleen maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder (RVO). Slaat u een toepasselijke EML-maatregel over, dan moet u een gelijkwaardig of beter alternatief nemen dat minstens evenveel energie bespaart.
Volgens RVO zijn er uitzonderingen, onder meer voor woongebouwen, gebouwen die minder dan 4 maanden per jaar in gebruik zijn en alleenstaande gebouwen kleiner dan 50 m2.
Welke maatregelen staan op de Erkende Maatregelenlijst?
De EML heeft voor gebouwen de categorieën energiemanagementsysteem (EBS), isolatie van de gebouwschil, ruimteverwarming, ruimteventilatie, warm tapwater, binnenverlichting, buitenverlichting en zonnepanelen (RVO). Welke maatregel voor u geldt, hangt af van de huidige installatie en van de omstandigheden.
Een voorbeeld voor ventilatie is maatregel GD1, een klokregeling die de mechanische ventilatie buiten werktijd uitzet. RVO noemt als alternatief sturing op CO2-metingen per zone. Dat bespaart meer, maar kost meer. Maatregel GA1 gaat over een EBS dat gas en warmte per uur en elektriciteit per kwartier registreert. RVO schrijft dat een GACS de eisen van een EBS invult.
Wat vraagt de energielabel C verplichting voor kantoren?
Een kantoorgebouw moet volgens RVO minimaal energielabel C hebben. Dat betekent een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar, of label C of beter. Sinds 1 januari 2023 handhaven gemeenten en omgevingsdiensten hierop. De regel staat in het Bbl. Voldoet een kantoor niet, dan mag u het volgens RVO niet meer als kantoor gebruiken.
De regel geldt niet voor kantoren kleiner dan 100 m2 aan kantoor- en nevenfuncties. Ook geldt hij niet als de kantoorfuncties minder dan 50% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw zijn. Andere uitzonderingen zijn onder meer monumenten, gebouwen die niet voor personen worden verwarmd of gekoeld en kantoren die aantoonbaar tijdelijk en niet langer dan 2 jaar worden gebruikt.
Is label C niet haalbaar, dan kan de hardheidsclausule helpen. Die geldt als de maatregelen voor label C een terugverdientijd van meer dan 10 jaar hebben. Dan volstaan maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 10 jaar en is een label D tot en met G toegestaan. Het is aan de eigenaar om dat aan te tonen.
Hoe verschilt de energiebesparingsplicht van de GACS plicht?
De energiebesparingsplicht kijkt naar maatregelen en terugverdientijd. De label C plicht kijkt naar de energieprestatie van een kantoor. De GACS plicht kijkt naar wat een systeem kan, en de grens is het vermogen in kW. Volgens RVO moeten eigenaren van bestaande utiliteitsgebouwen met meer dan 290 kW aan verwarming of airconditioning sinds 1 januari 2026 een GACS hebben, en vanaf 1 januari 2030 geldt dat voor meer dan 70 kW. De GACS plicht kan dus gelden zonder dat de energiebesparingsplicht iets extra vraagt, en andersom. Lees meer in ons artikel over de GACS verplichting.
Wat moet de eigenaar of gebruiker doen en melden?
Volgens RVO is de eigenaar van het gebouw verantwoordelijk voor de gebouwmaatregelen. De organisatie die de activiteiten uitvoert, is verantwoordelijk voor de activiteitgebonden maatregelen. Eigenaar en gebruiker kunnen dezelfde organisatie zijn, maar dat hoeft niet. Voor één locatie kunnen dus twee organisaties plichten hebben.
Daarnaast moet u rapporteren. RVO schrijft dat u eens in de 4 jaar de genomen maatregelen meldt. Dat is de informatieplicht. Voor gebouwmaatregelen geldt die altijd. U meldt via het online portaal van RVO en hebt daarvoor eHerkenning niveau 2+ nodig (business.gov.nl). Het lokale bevoegd gezag houdt toezicht, voor de meeste bedrijven is dat de gemeente. Meestal doet een omgevingsdienst dit in opdracht. De RVO-pagina noemt geen boetebedragen. Bij te late rapportage kunnen handhavingsmaatregelen volgen, waaronder een boete (RVO, Engelstalige pagina).
Hoe helpen meetgegevens bij de energiebesparingsplicht?
Meetgegevens laten zien welke installaties wanneer energie gebruiken. RVO schrijft bij GA1 dat een EBS dit zichtbaar maakt en dat de waarden worden gebruikt om verwarmings- en koelinstellingen bij te stellen. Met data per ruimte ziet u ook of een maatregel werkt, bijvoorbeeld een nieuwe ventilatieregeling.
Nomestic meet het binnenklimaat per ruimte en vergelijkt gemeten data van voor en na een aanpassing, zodat besparingen per m2 zichtbaar worden. Het systeem werkt met of zonder gebouwbeheersysteem en vervangt de HVAC niet. Meer staat op de pagina over gebouwautomatisering met ClimateIQ.


