← Alle artikelen

Regelgeving

Frisse Scholen en CO2-meting: klasse B en C uitgelegd

Wat de klassen A, B en C van het Programma van Eisen Frisse Scholen vragen aan CO2 en ventilatie, hoe het zich verhoudt tot het Bbl en wat een CO2 meter in een klaslokaal laat zien.

Drie rijen met de klassen A, B en C van het Programma van Eisen Frisse Scholen

Frisse Scholen is het Programma van Eisen van RVO voor een gezond binnenmilieu in schoolgebouwen. Het kent drie klassen: C (voldoende), B (goed) en A (uitmuntend). Voor CO2 geldt in een leslokaal tijdens gebruik een maximum van 1.200 ppm in klasse C, 950 ppm in klasse B en 800 ppm in klasse A, volgens het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025.

Wat is Frisse Scholen?

Het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025 staat op de site van RVO. Het is opgesteld voor standaard leslokalen in het primair en voortgezet onderwijs. Het document noemt zichzelf nadrukkelijk geen label, maar een handreiking. Een schoolbestuur kiest dus zelf een klasse per onderdeel.

Het programma zegt dat u bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie in beginsel voor alle onderdelen klasse B kiest. Klasse C is volgens dezelfde tekst het basisniveau, gebaseerd op geldende wet- en regelgeving.

Wat betekent klasse C, B of A voor de CO2-waarde?

Elke klasse heeft een maximale CO2-concentratie in de ademzone tijdens gebruik en een minimale hoeveelheid verse lucht per persoon. Alle waarden komen uit het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025.

Klasse C (voldoende)maximaal 1.200 ppm CO2Minimaal 6 dm³/s verse lucht per persoon.
Klasse B (goed)maximaal 950 ppm CO2Minimaal 8,5 dm³/s verse lucht per persoon.
Klasse A (uitmuntend)maximaal 800 ppm CO2Minimaal 12 dm³/s verse lucht per persoon.

De waarden gaan uit van 400 ppm CO2 buiten en een klas van 30 leerlingen en 1 docent. De eisen moeten volgens het programma in minimaal 95 procent van de gebruikstijd gehaald worden.

Klasse C is bedoeld voor bestaande bouw. Het programma schrijft dat de CO2-eis van klasse C gebaseerd is op het Bouwbesluit 2003 en alleen geldt voor lokalen die vóór 2012 zijn gebouwd. De waarde is gelijk aan de hygiënische grenswaarde die onder meer de Gezondheidsraad heeft geadviseerd.

Wat vraagt het Bbl en wat vragen Frisse Scholen meer?

Het Bouwbesluit heet inmiddels Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl stelt eisen aan de capaciteit van de ventilatie in dm³/s per persoon. De pagina's van IPLO, het informatiepunt van de overheid, noemen daarbij geen ppm-waarde.

8,5 dm³/sper persoon is volgens artikel 4.122 van het Bbl de minimale ventilatiecapaciteit voor de gebruiksfunctie onderwijs in nieuwbouw (IPLO, [Ventilatie: regels bij nieuwbouw](https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technische-bouwactiviteit/nieuwbouw/rijksregels/ventilatie-bbl/)).

Voor bestaande bouw noemt IPLO 3,44 dm³/s per persoon voor onderwijs, in artikel 3.67 van het Bbl. Klasse B van Frisse Scholen vraagt dus hetzelfde als de wet voor nieuwbouw. Klasse C vraagt 6 dm³/s en ligt daarmee boven het minimum voor bestaande bouw. Het programma zegt zelf dat klasse C onder de wettelijke eis voor nieuwbouw ligt. Klasse A vraagt 12 dm³/s.

Welke andere waarden noemt het programma van Frisse Scholen?

Naast CO2 noemt het programma onder meer temperatuur, tocht, licht, geluid en uitstoot van materialen. Een selectie uit het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025:

  • Temperatuur in het stookseizoen (operatieve temperatuur): tussen 18 en 25 graden in klasse C, tussen 19 en 24 graden in klasse B en tussen 20 en 23 graden in klasse A.
  • Formaldehyde: maximaal 120 microgram per m³ in klasse C en maximaal 30 microgram per m³ in klasse B.
  • TVOC (totale vluchtige organische stoffen): maximaal 200 microgram per m³.
  • Fijnstof: het programma stelt geen eis aan de concentratie. Voor scholen op belaste locaties, bijvoorbeeld bij drukke wegen of veehouderijen, staan er eisen aan filters in de ventilatie. RVO noemt voor klasse C en B een ePM1-rendement van minimaal 80 procent en voor klasse A van minimaal 90 procent.
  • Luchtvochtigheid: het programma stelt hier geen eisen aan.

Hoe meet een school CO2 en ventilatie?

Volgens de rijksoverheid is een CO2 meter verplicht in alle klaslokalen in het funderend onderwijs. Dat staat op de pagina Ventilatie in schoolgebouwen. Het programma van Frisse Scholen gaat verder. Het vraagt in alle drie de klassen een CO2-sensor per leslokaal die voldoet aan de specificaties uit het Bbl (artikel 3.143 en 4.243).

  • Heeft de school een gebouwbeheersysteem (GBS), dan moet dat een historiefunctie hebben.
  • Voor klasse A staat in het programma dat CO2 elke 10 minuten wordt gemonitord via het GBS of een apart sensornetwerk. De gegevens blijven minimaal 12 maanden bewaard en worden jaarlijks gerapporteerd.
  • Het ventilatiedebiet wordt gemeten volgens BRL 8010 (VentilatiePrestatieKeuring) en formaldehyde volgens NEN-ISO 16000-3.

Wat laat een CO2 meter in een klaslokaal wel en niet zien?

Een CO2 meter laat zien hoeveel CO2 er in het lokaal zit. Volgens de rijksoverheid zegt dat iets over de hoeveelheid frisse lucht. Een hoge waarde betekent dat er extra geventileerd moet worden. Docenten kunnen aan de meter zien wanneer dat nodig is. De Amerikaanse milieudienst EPA noemt een CO2-monitor nuttig om te zien wanneer de toevoer van buitenlucht mogelijk te laag is.

Een CO2 meter meet alleen CO2. Over formaldehyde, TVOC of fijnstof zegt de waarde niets. Die onderdelen hebben in het programma eigen eisen en eigen metingen. Ook het debiet van de ventilatie volgt uit een aparte meting en niet uit de CO2-waarde.

Eén afleesmoment zegt bovendien weinig over de klasse. De eis geldt voor 95 procent van de gebruikstijd. Of een lokaal daaraan voldoet, ziet u pas in een meetreeks over meerdere weken, met leerlingen in de klas. Meer over meetmethoden staat in luchtkwaliteit meten op kantoor.

Welke klasse past bij een bestaand schoolgebouw?

RVO koppelt de keuze in het maatregelblad Ventilatie aan de resterende levensduur van het gebouw. Is die korter dan 10 jaar, dan is klasse C het uitgangspunt. Bij 10 tot 20 jaar is klasse C het minimum, met klasse B op de belangrijkste punten. Bij meer dan 20 jaar adviseert RVO klasse B als minimum en klasse A als het budget het toelaat.

Nomestic helpt scholen met binnenluchtkwaliteit per lokaal te monitoren, met het platform ClimateIQ. Meer over de aanpak voor onderwijs staat op de pagina scholen.

Bereid u voor op de GACS-regelgeving zonder uw bestaande HVAC-infrastructuur te veranderen